Het is decretaal verplicht om jaarlijks een jaarrekening op te stellen voor 30 juni.
De gemeenteraad moet stemmen over het gedeelte dat betrekking heeft op de gemeente.
De jaarrekening is ook een nuttig instrument om te bekijken hoe ver het staat met de vooropgestelde doelstellingen, de financiële toestand en maakt ook vergelijkingen met het budget en/of met rekeningcijfers van de vorige boekjaren.
Het OCMW beschikte in 2020 over voldoende reserves.
Artikel 249 van het decreet lokaal bestuur betreffende de beleidsrapporten.
Artikel 260 van het decreet lokaal bestuur betreffende de jaarrekening .
Artikel 262 van het decreet lokaal bestuur betreffende het bestuurlijk toezicht op de jaarrekening.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeente, de provicies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Het Ministerieel Besluit van 26 juni 2018 betreffende de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijke welzijn.
Het gedeelte van de jaarrekening voor 2020 met betrekking tot de gemeente wordt vastgesteld.
Het OCMW vraagt voor 2020 geen bijdrage aan de gemeente.
Het is decretaal verplicht om jaarlijks een jaarrekening op te stellen voor 30 juni.
De gemeenteraad moet het deel van de jaarrekening voor het dienstjaar 2020 dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld goedkeuren. Hierdoor wordt de jaarrekening voor het dienstjaar 2020 definitief in zijn geheel vastgesteld.
De jaarrekening is ook een nuttig instrument om te bekijken hoe ver het staat met de vooropgestelde doelstellingen, de financiële toestand en maakt ook vergelijkingen met het budget en/of met rekeningcijfers van de vorige boekjaren.
Het OCMW beschikte in 2020 over voldoende reserves.
Artikel 249 van het decreet lokaal bestuur betreffende de beleidsrapporten.
Artikel 260 van het decreet lokaal bestuur betreffende de jaarrekening .
Artikel 262 van het decreet lokaal bestuur betreffende het bestuurlijk toezicht op de jaarrekening.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeente, de provicies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Het Ministerieel Besluit van 26 juni 2018 betreffende de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijke welzijn.
Het gedeelte van de jaarrekening voor 2020 dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld wordt goedgekeurd.
Het OCMW vraagt voor 2020 geen bijdrage aan de gemeente.
De jaarrekening voor 2020 wordt hierdoor in zijn geheel vastgesteld.
Op die manier krijgen zowel het bestuur, de diensten als de inwoners een globaal overzicht van de werking van de gemeentelijke diensten en de evolutie van de gemeente tijdens het afgelopen jaar.
nvt
De gemeenteraad neemt kennis van het jaarverslag 2020.
Artikel 173 van de Grondwet;
Artikelen 40 §3, 41, 177, 279, 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 341 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
De omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit
De kosten die een bestuurlijke inbeslagname met zich meebrengt, dienen doorgerekend te worden aan de roekeloze bestuurder van het voertuig. Het is immers door de roekeloze houding van de bestuurder en het gevaar dat hij/zij voor de gemeenschap vormt dat deze kosten gemaakt dienen te worden. De bezitter van het voertuig of de eigenaar van het voertuig/houder van de nummerplaat is de retributie verschuldigd indien de bestuurder van het voertuig in gebreke blijft.
De tarieven die in het retributiereglement opgenomen zijn, zijn enerzijds in functie van de werkelijke kosten die door het takelbedrijf aangerekend worden overeenkomstig de overeenkomst met de gemeente Ham dd 21 mei 2021 en anderzijds de kosten van de te doorlopen gemeentelijke administratieve procedure. De retributie bestaat uit een forfaitair bedrag voor de inbeslagname van het voertuig en een bewaarkost per kalenderdag. Aangezien het takelen en stallen van zwaardere voertuigen (boven de 3.500kg) duurder is, wordt er een differentiatie gemaakt naargelang de zwaarte van het voertuig. Het verschil met de takelkosten en stallingskosten betreft de procedurekosten. Om de kosten die met deze maatregel gepaard gaan te kunnen aanrekenen, moeten deze opgenomen worden in een retributiereglement.
Met ingang vanaf heden en voor een termijn eindigend op 31/12/2025 wordt een retributie gevestigd op de bestuurlijke inbeslagname en de stalling van voertuigen op het grondgebied van de gemeente Ham.
In dit reglement wordt verstaan onder:
De retributie bestaat uit twee delen en wordt als volgt vastgesteld:
§ 1. De retributie is verschuldigd door de persoon die de bestuurder/gebruiker was van het voertuig op het moment van de feiten die aanleiding gaven tot de inbeslagname van het voertuig.
§ 2. De houder van de nummerplaat en/of de eigenaar, dan wel bezitter, van het voertuig is de retributie verschuldigd indien de bestuurder in gebreke blijft.
§ 1. De totale retributie is verschuldigd bij opheffing van de bestuurlijke inbeslagname, en dient uiterlijk op het moment van ophaling van het voertuig betaald te worden.
§ 2. De betaling van de retributie dient contant te gebeuren, bij voorkeur met debet- of creditcard. De financiele dienst van de gemeente Ham staat in voor de inning van de retributie al dan niet met afbetalingsmogelijkheden.
§ 3. Op het moment van ophaling van het voertuig dient de verschuldigde retributie volledig betaald te zijn. Het voertuig wordt niet vrijgegeven zolang de betaling niet voldaan is.
§ 4. Indien de betaling van de volledige retributie niet voldaan is op de voorziene dag van ophaling en/of het voertuig niet opgehaald wordt op de voorziene dag van ophaling, wordt de stalling verlengd en de bijkomende bewaarkost eveneens aangerekend.
§ 5. Het voertuig wordt maximaal tot 6 maanden na de bestuurlijke inbeslagname bewaard. Indien de retributie na die 6 maanden niet betaald is, wordt het voertuig eigendom van de gemeente Ham overeenkomstig artikel 2279 BW.
Bij gebrek aan betaling beschikt het gemeentebestuur van de gemeente Ham, met het oog op de invordering, over de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen voor de onbetwiste en opeisbare retributie, zoals voorzien in artikel 177 van het decreet lokaal bestuur. Voor de betwiste retributie kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden.
Van dit retributiereglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Door de inwerkingtreding van huidige retributiereglement zal automatisch het retributiereglement op bestuurlijke inbeslagname van voertuigen goedgekeurd bij beslissing van de gemeenteraad van 17 december 2020, buiten werking worden gesteld.
De gemeenteraad wordt geopend om 20.35 uur.
De gemeenteraad wordt gesloten om 21.27 uur.