Het is decretaal verplicht om jaarlijks een jaarrekening op te stellen voor 30 juni.
De gemeenteraad moet stemmen over het gedeelte dat betrekking heeft op de gemeente.
De jaarrekening is ook een nuttig instrument om te bekijken hoe ver het staat met de vooropgestelde doelstellingen, de financiële toestand en maakt ook vergelijkingen met het budget en/of met rekeningcijfers van de vorige boekjaren.
Het OCMW beschikte in 2022 over onvoldoende vrije reserves dus werden er gedurende het jaar voor een totaal bedrag van € 700.000 geldtransfers gedaan van de gemeente aan het OCMW.
Artikel 249 van het decreet lokaal bestuur betreffende de beleidsrapporten.
Artikel 260 van het decreet lokaal bestuur betreffende de jaarrekening .
Artikel 262 van het decreet lokaal bestuur betreffende het bestuurlijk toezicht op de jaarrekening.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeente, de provicies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Het Ministerieel Besluit van 26 juni 2018 betreffende de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijke welzijn.
Het gedeelte van de jaarrekening voor 2022 met betrekking tot de gemeente wordt vastgesteld.
De gemeente gaat voor 2022 akkoord met een bijdrage van € 700.000 aan het OCMW.
Het is decretaal verplicht om jaarlijks een jaarrekening op te stellen voor 30 juni. De gemeenteraad moet het deel van de jaarrekening voor het dienstjaar 2022 dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld goedkeuren. Hierdoor wordt de jaarrekening voor het dienstjaar 2022 definitief in zijn geheel vastgesteld.
De jaarrekening is ook een nuttig instrument om te bekijken hoe ver het staat met de vooropgestelde doelstellingen, de financiële toestand en maakt ook vergelijkingen met het budget en/of met rekeningcijfers van de vorige boekjaren.
Het OCMW beschikte in 2022 over onvoldoende vrije reserves dus werden er gedurende het jaar voor een totaal bedrag van € 700.000 geldtransfers gedaan van de gemeente aan het OCMW.
Artikel 249 van het decreet lokaal bestuur betreffende de beleidsrapporten.
Artikel 260 van het decreet lokaal bestuur betreffende de jaarrekening .
Artikel 262 van het decreet lokaal bestuur betreffende het bestuurlijk toezicht op de jaarrekening.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeente, de provicies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Het Ministerieel Besluit van 26 juni 2018 betreffende de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijke welzijn.
Het gedeelte van de jaarrekening voor 2022 dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld wordt goedgekeurd.
De gemeente keurt de bijdrage van € 700.000 aan het OCMW goed voor 2022.
De jaarrekening voor 2022 wordt hierdoor in zijn geheel vastgesteld.
Op basis van de voorgelegde rekening 2022 met :
- Globaal overschot in exploitatie van 206.387,23 EUR (eigen dienstjaar is 15.912,71 EUR)
- Globaal overschot in investeringen van 435.466,52 EUR (eigen dienstjaar is 213.095,00 EUR)
- Geen gemeentelijke bijdrage
- De exploitatieontvangsten zijn 17.549,81 EUR hoger dan gebudgetteerd
- De exploitatieuitgaven zijn 15.037,90 EUR lager dan gebudgetteerd
- Kastoestand van 641.853,75 EUR
- Geldbeleggingen ter waarde van 96.362 EUR (stichtingen)
- Openstaand investeringsproject voor een bedrag van 730.000 EUR (restauratie kerktoren) waarvan reeds 62.120 EUR betaald
- Eind 2022 is er nog een openstaande schuld van 45.301,20 EUR in kader van aangegane leningen.
wordt een positief advies gehecht aan deze rekening.
Eredienstendecreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012: de rekeningen zijn onderworpen aan het advies van de gemeenteraad.
Besluit Vlaamse Regering van 13 oktober 20016: bevat de regels voor de boekhouding en financiële rapportering van de besturen van de eredienst. Bij besluit van 14 december 2012 werden een aantal wijzigingen aangebracht.
Ministerieel besluit van 27 november 2006: stelt de modellen van de boekhouding voor besturen van de eredienst vast
Positief advies wordt verleend aan de jaarrekening 2022 en de daarbij horende toelichting.
De kerkfabriek Sint-Lambertus en Sint-Jan Ham wordt aangeraden om tijdig een budgetwijziging op te maken om de Z-waarde te neutraliseren
Een duplicaat van dit advies wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur en de kerkfabriek
Op basis van de voorgelegde rekening 2022 met :
- Globaal overschot in exploitatie van 22.992,40 EUR (eigen dienstjaar is min 38.521,68 EUR)
- Globaal overschot in investeringen van 461.822,80 EUR (eigen dienstjaar 0,00 EUR)
- Gemeentelijke exploitatietoelage van 33.932,00 EUR
- De exploitatieontvangsten komen goed overeen met de gebudgetteerde ontvangsten.
- De exploitatie-uitgaven zijn 11.146,89 EUR lager dan gebudgetteerd
- Kastoestand van 484.815,20 EUR
- Er zijn geen belegde gelden
- De totale uitstaande schuld in kader van de aangegane leningen bedraagt eind 2022 450.556,45 EUR.
- Er werd een klein investeringsproject aangemaakt "Nijverheidsweg voor 2.420 EUR en dit zonder uitgaven of ontvangsten.
Eredienstendecreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012: de rekeningen zijn onderworpen aan het advies van de gemeenteraad.
Besluit Vlaamse Regering van 13 oktober 20016: bevat de regels voor de boekhouding en financiële rapportering van de besturen van de eredienst. Bij besluit van 14 december 2012 werden een aantal wijzigingen aangebracht.
Ministerieel besluit van 27 november 2006: stelt de modellen van de boekhouding voor besturen van de eredienst vast
Positief advies wordt verleend aan de jaarrekening 2022 en de daarbij horende toelichting.
De kerkfabriek O.L.V. Geboorte wordt aangeraden om tijdig een budgetwijziging op te maken om de Z-waarde te neutraliseren
Een duplicaat van dit advies wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur en de kerkfabriek
Op basis van de voorgelegde rekening 2022 met :
- Globaal overschot in exploitatie van 60.098,97 EUR (eigen dienstjaar is 653,53 EUR)
- Globaal overschot in investeringen van 71.412,04 EUR (eigen dienstjaar is 0,00 EUR)
- Geen gemeentelijke bijdrage
- Er werd 1.055,63 EUR minder ontvangen voor exploitatie dan voorzien.
- Er werd 6.072,16 EUR minder uitgegeven uitgegeven dan voorzien.
- Kastoestand van 131.511,01 EUR
- Geldbeleggingen ten bedrage van 198.000 EUR (inclusief 18.000 EUR aan stichtingen)
- Geen verdere bijzonderheden
wordt een positief advies gehecht aan deze rekening
Eredienstendecreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012: de rekeningen zijn onderworpen aan het advies van de gemeenteraad.
Besluit Vlaamse Regering van 13 oktober 20016: bevat de regels voor de boekhouding en financiële rapportering van de besturen van de eredienst. Bij besluit van 14 december 2012 werden een aantal wijzigingen aangebracht.
Ministerieel besluit van 27 november 2006: stelt de modellen van de boekhouding voor besturen van de eredienst vast
Positief advies wordt verleend aan de jaarrekening 2022 en de daarbij horende toelichting.
De kerkfabriek O.L.V. Tenhemelopneming Genendijk wordt aangeraden om tijdig een budgetwijziging op te maken om de Z-waarde te neutraliseren.
Een duplicaat van dit advies wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur en de kerkfabriek
De inwerkingtreding van het nieuw Burgerlijk Wetboek noodzaakt de aanpassing van het huidige retributiereglement inzake bestuurlijke inbeslagname van voertuigen en wordt dus opnieuw aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd.
Artikel 173 van de Grondwet;
Artikelen 40 §3, 41, 177, 279, 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 341 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
De omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit;
Artikel 3.52 van het (nieuw) Burgerlijk wetboek.
Met ingang vanaf heden en voor een termijn eindigend op 31/12/2025 wordt een retributie gevestigd op de bestuurlijke inbeslagname en de stalling van voertuigen op het grondgebied van de gemeente Ham.
In dit reglement wordt verstaan onder:
De retributie, inclusief de kost van de noodzakelijk te doorlopen administratieve procedure, bestaat uit twee delen en wordt als volgt vastgesteld:
De retributie wordt opgelegd aan de daadwerkelijke gebruiker van het voertuig op het moment van de bestuurlijke inbeslagname.
De gebruikelijke bestuurder van het voertuig of de eigenaar van het voertuig (=houder van de nummerplaat van het voertuig) is de retributie verschuldigd indien de daadwerkelijke gebruiker van het voertuig op het ogenblik van bestuurlijke inbeslagname in gebreke blijft;
§ 1. De totale retributie is verschuldigd bij opheffing van de bestuurlijke inbeslagname, en dient uiterlijk op het moment van ophaling van het voertuig betaald te worden.
§ 2. De betaling van de retributie dient contant te gebeuren, bij voorkeur met debet- of creditcard. De financiele dienst van de gemeente Ham staat in voor de inning van de retributie al dan niet met afbetalingsmogelijkheden.
§ 3. Op het moment van ophaling van het voertuig dient de verschuldigde retributie volledig betaald te zijn. Het voertuig wordt niet vrijgegeven zolang de betaling niet voldaan is.
§ 4. Indien de betaling van de volledige retributie niet voldaan is op de voorziene dag van ophaling en/of het voertuig niet opgehaald wordt op de voorziene dag van ophaling, wordt de stalling verlengd en de bijkomende bewaarkost eveneens aangerekend.
§ 5. Ingeval het voertuig niet of niet tijdig wordt opgehaald, is de retributie verschuldigd tot de dag waarop de eigenaar of de gebruiker het voertuig heeft opgehaald of vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn voertuig of de dag waarop de gemeente Ham of de takeldienst conform het Burgerlijk Wetboek en het burgerlijk recht over het voertuig kan beschikken.
Bij gebrek aan betaling beschikt het gemeentebestuur van de gemeente Ham, met het oog op de invordering, over de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen voor de onbetwiste en opeisbare retributie, zoals voorzien in artikel 177 van het decreet lokaal bestuur. Voor de betwiste retributie kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden.
Van dit retributiereglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Door de inwerkingtreding van huidige retributiereglement zal automatisch het retributiereglement op bestuurlijke inbeslagname van voertuigen goedgekeurd bij beslissing van de gemeenteraad van 3 juni 2021, buiten werking worden gesteld.
De Voorzitter opent de gemeenteraad om 20.05u
De voorzitter vraagt het akkoord van de raad om aan artikel 3 volgende toevoeging te doen: De gemeenteraad formuleert een voorbehoud ten aanzien van de afbakening van het uitbreidingsgebied gelegen op haar grondgebied, zoals aangeduid op de kaart op p 8/16 van de beslissingsnota. De gemeente Ham wenst eerst de juiste status en finaliteit te kennen van deze afbakening.
De gemeenteraad is hiermee eenparig akkoord.
De voorzitter en raadslid Hendriks verlaten de vergadering om 20.43u.
De voorzitter geeft aan dat hij voor punten 12 en 14 omwille van een onverenigbaarheid de vergadering moet verlaten. Hij draagt zijn voorzitterschap voor deze 2 punten over aan de burgemeester.
De burgemeester stelt voor om punten 12 en 14 aansluitend na elkaar te behandelen.
De raad gaat hiermee akkoord.
De voorzitter en raadslid Hendriks vervoegen de vergadering om 20.55u
De voorzitter sluit de vergadering van de gemeenteraad om 21.21u.
Hij verwijst naar volgende vergadering op donderdag 7 september.